Geloofsbelijdenis van Evangelie Gemeente Holland

GODS PLAN EN ZIJN VERBONDEN

In het kort is Gods heilsplan als volgt:


1. God schept mensen naar zijn beeld die over de schepping moeten heersen (Gen. 1:26-38)
2. De mens wordt ten val gebracht door de satan, waardoor het beeld van God in de mens beschadigd wordt. Door te eten van de boom van kennis van goed en kwaad treedt de dood in (Gen. 2:7). De mens is strafwaardig tegenover God.
3. Door deze actie van de satan wordt hij overste van deze wereld (Joh. 14:30).
4. God zet vijandschap tussen de satan en de vrouw en tussen zijn zaad en haar zaad. Dat zal de kop van de slang (satan) vermorzelen en op zijn beurt zal de satan de hiel van het zaad van de vrouw vermorzelen (Gen. 3:15).
5. God gaat zijn reddingsplan om de zondeval ongedaan te maken uitvoeren: het Lam Gods dat sedert de grondlegging der wereld geslacht was (Op. 13:8). God wist immers dat de mens zou zondigen, maar Het was niet zijn wil dat dit zou gebeuren. God greep niet in vanwege de vrije wil van de mens.
6. Zijn eerste stap is het uitzoeken van een man. Het wordt Abraham, een man van geloof, die God door dik en dun geloofde en God koos het nageslacht van Abraham, Isaac en Jakob als zijn volk. Deze keus is een soevereine keus van God. Hij kiest ervoor door deze mensen zijn heil aan de wereld bekend te maken. Dat heil is de Messias, die de zonde(val) ongedaan moet maken en de mens met God moet verzoenen (Joh. 1:29; 2Kor. 5:19) .
7. God belooft Abraham en zijn nageslacht om hen tot God te zijn en Hij belooft hen het land Kanaän (Gen. 17:1-22).
8. God moest zo wel werken, want hoe kon anders de Messias voortgebracht worden? Er moest dus een volk zijn dat Hem moest voortbrengen en Hij moest geboren worden in een bepaald land! God creëerde een aards koninkrijk waarbij Hij God en Koning was, het volk Israël zijn volk. Bij de Sinaï werd het volk Israël officieel en wettig de status van Gods volk (Ex. 19:5-8). Het ontbrak bij de Sinaï echter aan een land. Wel, dat was zoals beloofd Kanaän en het volk Israël moest dat land veroveren op een volk welks maat van zonde vol was geworden (Gen. 15:16), want God geeft geen land weg van een ander rechtvaardig volk. Israël moest als Gods volk het oordeel brengen over dit volk.
9. Voor alle duidelijkheid: God is God en Koning over het volk Israël, de wet van het Verbond (Deut. 4:13) is de constitutie, (de grondwet), die de positie van Koning en volk en volk onderling regelde, zoals iedere grondwet dat doet.
10. Deze wet van Mozes (de wet van het verbond op de Sinaï) kan de zondeval niet te niet doen. Het onderhouden van het verbond garandeert een lang en rustig leven in het Beloofde Land (Deut. 28:1-14).
11. Israël zondigt vele malen en verbreekt het verbond (de grondwet) door de Baäls en Astartes na te lopen. Dit betekent overtreding van het eerste gebod om geen andere goden te dienen. Het is een schending van de grondwet.
12. God laat ongeveer 6 eeuwen voor Chr. (Jer. 31:32) weten dat zijn verbond door Israël verbroken is. Dit houdt in dat Israël niet meer Gods volk is, want zij waren alleen Gods volk op grond van dat verbond (tenminste indien zij dat verbond hielden). Hiermede hebben zij ook geen recht meer op het beloofde land, want het land behoort God toe (Lev. 25:23)en bij schending van het verbond hoort vernietiging en uitzetting uit het Beloofde Land (Deut. 28:15-65). Terugkeer uit ballingschap is mogelijk zolang het verbond bestaat, daarna niet meer omdat zij dan Gods volk niet meer zijn.
13. Op basis van Ex. 19:5-8 en Jer. 31:32 is Israël verworpen als Gods volk (Rom. 11:15). Het verbreken van het Oude (Sinaï) Verbond is Israëls val (Rom. 11:11) waardoor het heil van het Nieuwe Verbond in het bloed van de Messias (ook) naar de heidenen ging.
14. Israël is niet verstoten (Rom. 11:1), want ze kunnen deel krijgen aan het Nieuwe Verbond, waardoor ze wederom Gods volk kunnen worden (Jer. 31:33), echter nu niet als Gods unieke volk, omdat de heidenen ook deel hebben aan dat Nieuwe Verbond.
15. De Messias wordt beloofd en Hij komt voort uit de stam van Juda en zal in Bethlehem geboren worden. Hij is de sterke God, eeuwige Vader (der Schepping) en wonderbare Raadsman (Jes. 9:5).
16. De Messias is de Zoon van God, die de wereld en alle levende wezens geschapen heeft (Kol. 1:15-16; Hebr. 1:1-2).
17. Jezus blijkt de Messias te zijn en wanneer Johannes de Doper Hem voor de eerste keer ziet, zegt hij: “Zie het Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt” (Joh. 1:29). Johannes geeft hiermee aan dat hij wist dat Jezus de gevolgen van de zonde(val), de dood, ongedaan zou maken!
18. Jezus zegt: “Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Het koninkrijk Israël dat bestond vanaf het sluiten van het Sinaï Verbond zou na de dood en opstanding van Jezus niet meer bestaan (Gal. 3:13: Ef. 2:14-16) en het Koninkrijk der hemelen zou daarna baan breken te beginnen met de ontvangst van de Heilige Geest waarna aan de gehele wereld, te beginnen bij Jeruzalem en Samaria, het Evangelie van het Koninkrijk Gods gebracht moest worden. Hiermede wordt bevestigd dat Jezus de zondeval teniet heeft gedaan voor de mensheid.
Het hemelse Koninkrijk van God verschijnt wanneer de satan, de aanklager der broederen uit de hemel wordt geworpen (Op. 12:9-112).
19. Jezus heeft (ook) de vijandschap, de tussenmuur die scheiding maakte, weggebroken door in zijn vlees de wet der geboden uit inzettingen bestaande buiten werking te stellen. Het gaat hier om de Wet van het Verbond die uitsluitend bestemd was voor Israël en waarbij de heidenen, die geen deel hadden aan het Sinaï Verbond de vijanden waren van Israël. God heeft Jood en heiden geschapen tot één nieuwe mens en hen verbonden tot één lichaam: de gemeente van Jezus Christus (Ef. 3:11-22). Het Oude Verbond is hiermede aan zijn einde gekomen en is het Nieuwe Verbond ingegaan.
20. Als Jezus, die een smetteloos offer brengt, plaatsvervangend voor de mens (die gelooft) sterft, is deze verzoend met God en ontvangt eeuwig leven. De dood wordt overwonnen doordat de dood Jezus niet kon blijven vasthouden. Dat komt door de wet van het Leven die niet toestaat dat een zondeloos mens door de dood vastgehouden kan worden (Hand. 2:24). De dood heeft op de mens voor wie Christus stierf geen vat meer. De dood is verslagen. De dood die gekomen was door de zonde heeft geen basis meer omdat Christus stierf voor onze zonden.
21. Gods plan kan door de overwinning van de Christus alsnog plaatsvinden: het beeld van (de Zoon van) God kan nu verschijnen (Gal. 2:20) in iedere gelovige én in het duizendjarige rijk zal de mens Gods alsnog over de aarde regeren, zoals vanaf het begin de bedoeling was (Gen. 1:26-28).

GOD EN ZIJN ZOON

GOD

1. Er is slechts één God, de Vader en één Here, Jezus Christus.
1 Kor. 8:6 – voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en één Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem.

2. De Heilige Geest is de manifestatie van de Vader en de Zoon.
Joh. 7:39 – Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.
Joh. 16:7 – Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.

De Heilige Geest is de Geest Gods De Geest Gods is de Geest van Christus
Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij op uit het water. En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op Hem komen. (Mat. 3:16) Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe. (Rom. 8:9)

Daarom maak ik u bekend, dat niemand, door de Geest Gods sprekende, zegt: Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door de Heilige Geest. (1 Kor. 12:3) terwijl zij naspeurden, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna. (1 Petrus 1:11)

Maar indien Ik door de Geest Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen. (Mat. 12:28)

3. God is rechtvaardig, barmhartig, goedertieren, trouw almachtig, alwijs, alwetend en soeverein maar de basis van zijn regering (zijn troon) is gerechtigheid. Alles wat God voortbrengt is gerechtigheid.
Ps. 89:15 – gerechtigheid en recht zijn de grondslag van uw troon,
Ps. 45:7-8 7 Uw troon, o God, staat voor altoos en eeuwig, uw koninklijke scepter is een rechtmatige scepter. 8 Gij hebt gerechtigheid lief en haat goddeloosheid; daarom heeft, o God, uw God u gezalfd met vreugdeolie boven uw metgezellen;

4. Zijn goddelijke macht, zijn scepter, is een rechtmatige scepter, hetgeen betekent dat hij zijn macht uitoefent met wettelijke bevoegdheid. God oefent zijn macht uit over zijn eigen schepping, Hij heeft daar recht op.
Ps. 45:7 – Uw troon, o God, staat voor altoos en eeuwig, uw koninklijke scepter is een rechtmatige scepter.

5. Gods wil is niet arbitrair, maar is gedefinieerd. Alles wat Hij wil is het goede, welgevallige en volkomene.
Rom. 12:2 – En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

6. God is er van eeuwigheid.
Rom. 16:25-27 – 25 Hem nu, die bij machte is u te versterken – naar mijn evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van het geheimenis, eeuwenlang verzwegen, 26 maar thans geopenbaard en door profetische schriften volgens bevel van de eeuwige God tot bewerking van gehoorzaamheid des geloofs bekendgemaakt onder alle volken – 27 Hem, de alleen wijze God, zij, door Jezus Christus, de heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen.

GODS ZOON (Jezus Christus)

7. Gods Zoon: Hij is de eniggeboren Zoon van God.
Mar. 9:7 – En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en er klonk een stem uit de wolk: Deze is mijn Zoon, de geliefde, hoort naar Hem.
Joh. 3:16-17 – 16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. 17 Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.

8. Gods Zoon: Hij is de Schepper. Door Hem heeft God de wereld en alle levende wezens geschapen, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde.
Hebr. 1:1-2 – 1 Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, 2 heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft.
Kol. 1:15-17 – 15 Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, 16 want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; 17 en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; 18 en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente.

9. Gods Zoon: Sterke God.
Gods Zoon: Wonderbare Raadsman.
Gods Zoon: Eeuwige Vader (van de schepping).
Gods Zoon: Vredevorst
Jes. 9:5 – Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.

10. Gods Zoon: Alleen door Hem word je behouden.
Hand. 5:8-12 – 8 Toen zeide Petrus, vervuld met de heilige Geest, tot hen: Oversten van het volk en oudsten, 9 indien wij thans in verhoor genomen worden ter zake van een weldaad aan een zieke, waardoor hij gezond geworden is, 10 dan moet aan u allen en het ganse volk van Israël bekend zijn, dat door de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër, die gij gekruisigd hebt, maar die God heeft opgewekt uit de doden, dat door die naam deze hier gezond voor u staat. 11 Dit is de steen, door u, de bouwlieden, versmaad, die nochtans tot hoeksteen is geworden. 12 En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.
Joh. 3:16-17 – 16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. 17 Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.

© 2018 Evangelie Gemeente Holland